Ieder(in) gebruikt cookies voor Google Analytics en het onthouden van instellingen als contrast en lettergrootte.

Ja, ga verder

05 nov 2019

Vrijblijvendheid rond VN-verdrag Handicap moet verdwijnen

man in rolstoel staat langs de weg bij een zebrapad

Gemeenten zijn verplicht om in een zogenaamde inclusieagenda aan te geven hoe ze het VN-verdrag Handicap gaan uitvoeren. Toch gebeurt dit maar weinig. Dat blijkt uit onderzoek van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies  onder 47 gemeenten. Slechts een kwart van de onderzochte gemeenten heeft een lokale inclusieagenda. Ieder(in) ziet het door de onderzoekers geschetste beeld ook terug in de praktijk: veel gemeenten beschouwen het uitvoeren van het VN-verdrag onterecht als iets vrijblijvends.  

Al vanaf 2016 zijn gemeenten verplicht om een plan te maken, waarin ze aangeven hoe ze het VN-verdrag Handicap gaan uitvoeren. Bij het opstellen van zo’n lokale inclusieagenda moeten gemeenten lokale belangenbehartigers en ervaringsdeskundigen betrekken. En als het goed is, besteedt het plan in de volle breedte aandacht aan onderwerpen die mensen met een beperking raken. Dus niet alleen aan de toegankelijkheid van gebouwen en vervoer maar ook aan bijvoorbeeld de toegang tot werk, wonen en onderwijs. Uit het onderzoek van de rekenkamers blijkt overigens dat de inclusieagenda’s vaak niet verder reiken dan toegankelijkheid en mobiliteit. 

Gemeenten maken geen haast
Het beeld uit het onderzoek van de rekenkamers wordt helaas bevestigd door veel andere signalen uit de praktijk. Ieder(in) hoort regelmatig van lokale belangenbehartigers dat gemeenten geen haast maken met het opstellen van een inclusieagenda, terwijl ze dat al drieënhalf jaar verplicht zijn. En er is weliswaar een mooi programma Iedereen doet mee, waarin gemeenten (van elkaar) leren hoe ze een inclusieagenda kunnen maken en uitvoeren. Toch doen aan dit programma van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) slechts 44 gemeenten mee. Wat doodzonde is, want de ervaring van deze gemeenten leert dat beleid dat is ontwikkeld met mensen met een beperking  vruchten afwerpt.

Doorbreek de vrijblijvendheid
Deze nalatigheid van gemeenten en het feit dat het naleven van de verplichting op geen enkele manier wordt gehandhaafd, baart Ieder(in) grote zorgen. Het realiseren van inclusie op lokaal niveau is de sleutel tot een goede uitvoering van het VN-verdrag. Het niet nakomen van de afspraken door gemeenten leidt tot willekeur en houdt mensen gehandicapter dan nodig is. 
Ieder(in) vindt daarom dat het absoluut noodzakelijk is, dat de vrijblijvendheid rond het VN-verdrag wordt doorbroken. En dat begint bij de landelijke overheid zelf. De staat moet, volgens het VN-verdrag, de gelijkberechtiging van mensen met een beperking bevorderen en erop toezien dat hun rechten worden nageleefd. 

Dit betekent wat ons betreft onder meer:

  • dat het nodig is om jaarlijks een Kamerdebat te houden, waarin kabinet en Tweede Kamer de vorderingen bij de naleving van het verdrag bespreken. (Dit debat is overigens al eens toegezegd door het kabinet, maar laat almaar op zich wachten);
  • dat er jaarlijks onderzoek wordt gedaan naar de vorderingen van gemeenten als het gaat om inclusief beleid op basis van een inclusieagenda;
  • dat er sancties komen als gemeenten de gemaakte afspraken niet naleven; 
  • en dat er tot slot een verplichting komt voor gemeenten om, als die er niet is, een gehandicaptenraad in te stellen en die te betrekken bij het opstellen van de inclusieagenda. Nu staan mensen met een beperking zelf bij het ontwikkelen van beleid nog te vaak buiten spel.

Zie hier het rapport van de rekenkamers